De kostenmaatschap voor tandartsen

tandarts-gereedschap

Een recente uitspraak van de rechter toont maar weer eens aan dat het opstellen van een maatschapsovereenkomst nauw luistert en dat een kostenmaatschap meer kan inhouden dan de naam doet vermoeden.

De meeste tandartsen werken samen in een maatschap. Dat kan in de vorm van een kostenmaatschap, een variantmaatschap of een maatschap waarin niet alleen de kosten, maar ook de winst wordt gedeeld (al dan niet via een bepaalde formule). En dan is er nog een aantal tandartsen dat vanuit een B.V. werkt. Om fiscale redenen wordt deze vorm echter niet vaak gebruik en gaat vaak de voorkeur uit naar een kostenmaatschap.

Maar wat wordt nu onder een kostenmaatschap verstaan? Een kostenmaatschap is geen vast omlijnd juridisch begrip. De bedoeling van partijen is echter vaak duidelijk: meestal wil men samen in één pand onder één naam werken en een aantal kosten met elkaar delen. De winst en het patiëntbestand blijven van de individuele tandarts zelf. Het samenwerken in een maatschap is doorgaans veel voordeliger dan in je eentje een praktijk te starten. En om de samenwerking vast te leggen zal er een schriftelijke maatschapsovereenkomst moeten worden opgesteld. Vaak wordt er een modelovereenkomst uit de kast getrokken en zonder verder juridisch advies ingevuld. De gedachte is immers vaak dat als er boven dat model “kostenmaatschap” staat, het wel goed zal zijn.

Niets is echter minder waar zo bleek onlangs maar weer uit een uitspraak van de rechter van 7 maart 2017 Ook hier ging het om een kostenmaatschap, maar de vertrekkende tandarts die arbeidsongeschikt was werd toch gedwongen om zijn patiëntenbestand te verkopen aan de achterblijvende tandartsen en mocht zijn patiëntenbestand niet aan een andere tandarts verkopen. Weliswaar stond er boven de maatschapsovereenkomst de benaming “kostenmaatschap”, maar partijen hadden wat onhandige en onduidelijke afspraken gemaakt die meer inhielden dan alleen maar het zijn van een kostenmaatschap. De naam van de overeenkomst is niet relevant: de bedoeling van partijen is in beginsel doorslaggevend. Het is dan juist van belang om de bedoeling van partijen duidelijk uit te schrijven. Het klinkt simpel, maar het gaat toch vaak fout. Zo dus ook bij aangehaalde uitspraak.

Bedenk dus bij het aangaan van de maatschapsovereenkomst eerst goed wat je met elkaar wenst af te spreken. De titel van de maatschapsovereenkomst zegt niets. Het gaat om de inhoud. Waar met name discussie over kan bestaan bij een maatschap is de wijze van kostenverdeling of winstverdeling. Waar het daarnaast met name fout gaat, is wanneer één van de tandartsen vertrekt. Meestal zijn de consequenties daarvan niet duidelijk beschreven in de maatschapsovereenkomst: mag de vertrekkende tandarts zijn patiëntenbestand meenemen? Zo niet, welke koopprijs krijgt hij dan betaald voor dat patiëntenbestand? Hoe komt die koopprijs tot stand en wanneer moet die worden betaald? En ook ontstaat er vaak discussie over wie de maatschap überhaupt mag voortzetten als een tandarts de maatschap opzegt?
Ook hier geldt dat het van belang is om daar bij het aangaan van de maatschapsovereenkomst goed over na te denken en het goed op te schrijven. Dat kost mogelijk wat meer, maar is snel terugverdiend. Want om er achteraf procedures over te moeten voeren is niet alleen onwenselijk, maar ook vele malen kostbaarder.

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:
(+31) 020 - 8940700
(+31) 06 - 55394459
  • Deel dit bericht via: