Modelcontracten voor ZZP’ers in de mondzorg

Dentist and a female patient

Het zal u niet zijn ontgaan dat de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (“Wet DBA”) is ingevoerd en de Verklaring Arbeidsrelatie (“VAR”) is afgeschaft. Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) – als zij dat willen – een modelovereenkomst gebruiken om vooraf zekerheid te hebben over de voorgenomen arbeidsrelatie en zo vast te leggen dat er geen sprake is van loondienst.

Er is inmiddels de nodige discussie over deze wet ontstaan en ook voor de mondzorg is deze wet van belang. Naar aanleiding van de invoering van de Wet DBA hebben onder andere de KNMT, ANT, NVM en de VvAA een aantal modelcontracten voor de mondzorg opgesteld en aan de Belastingdienst voorgelegd. Voor alle duidelijkheid, het gaat dan om contracten die kunnen worden gebruikt om de samenwerking met zelfstandige tandartsen en mondhygiënisten vast te leggen.

De onzekerheid over de fiscale gevolgen is duidelijk het grootste pijnpunt van de thans voorliggende modelcontracten. Bij deze modelcontracten is zeker oplettendheid geboden want inmiddels staat onder andere vast dat deze een ongeldige vrijwaringsclausule bevatten. Dit houdt in dat de afspraak die u meent te maken over de afwenteling van het fiscale risico hoogstwaarschijnlijk geen stand houdt.

Bovendien is door de Belastingdienst uitdrukkelijk aangegeven dat de modelcontracten slechts zijn beoordeeld met het oog op het geven van zekerheid voor het werken buiten dienstbetrekking in het kader van loonheffingen. Het vaststellen van een risico op een naheffing op grond van de Wet IB/PVV vraagt om een feitelijke toets van een andere aard.

Er zijn echter nog meer redenen om de modelcontracten niet klakkeloos over te nemen, maar waar mogelijk de bepalingen aan te passen aan de realiteit van uw praktijk. Enkele voorbeelden zijn:

  1. Het relatiebeding: het beding dat in de modelcontracten voor tandartsen wordt gebruikt is optioneel en geldt pas als meer dan 25 patiënten de (voormalige) opdrachtnemer volgen. Naar onze mening dient een relatiebeding standaard in de overeenkomst te worden opgenomen. De duur en het bereik dienen aan de hand van feiten en omstandigheden bepaald te worden. Bent u bijvoorbeeld van plan uw praktijk op enig moment te verkopen? Dan zal een potentiële koper zeker kijken naar het toekomstige concurrentierisico. Een koper zit er immers niet op te wachten dat na de verkoop tandartsen of mondhygiënisten vertrekken met medeneming van een (groot) deel van het patiëntenbestand.
  2. Verrekening: In één van de modelcontracten is een bepaling opgenomen dat schade die voortvloeit uit fiscaalrechtelijke geschillen omdat een partij de overeenkomst niet is nagekomen, mag worden verrekend met bedragen die zijn verschuldigd aan deze ‘overtredende’ partij. Ons inziens kan er echter ook bij niet fiscale geschillen behoefte bestaan aan de mogelijkheid van verrekening en wordt deze belangrijker indien u afspreekt het declaratierisico niet in het honorarium te verdisconteren. Sommige klachten naar aanleiding van een behandeling openbaren zich pas na langere tijd. Het is van belang dat u er goed over nadenkt hoe u die financiële risico’s gaat afdekken.

Het is nog maar de vraag of, en zo ja in welke vorm de modelcontracten stand zullen gaan houden. Ondertussen moet u wel door met uw praktijk en u kan geen uitsluitsel afwachten. Ons advies is dan ook om ook bij de modelcontracten maatwerk toe te passen en bij twijfel juridisch en fiscaal advies in te winnen. Let daarbij dus niet alleen op de fiscale aspecten, maar ook op de commerciële aspecten (relatiebeding, non-concurrentiebeding). Als u geen goede afspraken heeft gemaakt, zou dit heel wel kunnen betekenen dat uw praktijk later moeilijk of niet verkoopbaar is.

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:
(+31) 020 - 8940700
(+31) 06 - 55394459
  • Deel dit bericht via: